Gebruik van smartphone in het verkeer blijft groot probleem

Bijna 69 procent van de Nederlanders geeft aan in het verkeer wel eens gebruik te maken van de mobiele telefoon. Tweederde (66,6 procent) gebruikt de smartphone tijdens stilstand, 56,7 procent tijdens het rijden of lopen. Dat blijkt uit een rapport van het Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
Uit het onderzoek, dat in opdracht van verzekeraar Interpolis werd uitgevoerd, blijkt dat 55,7 procent van de fietsers, 65,6 procent van de automobilisten en 84,4 procent van de voetgangers de mobiele telefoon wel eens gebruikt in het verkeer. Aan het onderzoek deden 3.768 volwassenen (18 tot en met 80 jaar) en driehonderd jongeren (12 tot en met 17 jaar) mee.

Volwassenen blijken hun smartphone vaker te gebruiken om te navigeren, muziek op te zetten en games te spelen dan twee jaar geleden. Fietsers in de groep van 18- tot 80-jarigen geven aan minder vaak handheld te bellen. Het verbod op vasthouden van de telefoon dat per juli vorig jaar is ingegaan, speelt hier mogelijk een belangrijke rol in.

Jongeren blijken hun telefoon vaker te gebruiken in het verkeer, als fietser of voetganger, dan volwassenen. Vooral het versturen van berichten, lezen of muziek opzetten gebeurt meer dan tijdens het vorige onderzoek in 2017. Op de schaal van risicoperceptie scoren zij lager dan de groep volwassenen. Opvallend is dat kinderen het gedrag van hun ouders overnemen. Net als in de Barometer 2017 blijkt dat naarmate ouders hun mobiele telefoon meer in het verkeer gebruiken, hun kinderen dit ook meer doen.

Kans op boete klein

Ondanks het hoge telefoongebruik in het verkeer zijn er maar twee ondervraagden die aan hebben gegeven een bekeuring te hebben ontvangen voor het gebruik van de mobiele telefoon in het verkeer. Niet verrassend is dus dat 56,9% van de automobilisten en 65,6% van de volwassen fietsers aangaf de kans op een boete (zeer) laag in te schatten. Van de jongeren schat 43% de kans op een boete als (zeer) laag in wanneer ze fietsen.

Het onderzoek werd in 2017 voor de eerste keer gehouden en heeft als doel om de ontwikkeling van het mobiel telefoongebruik in het verkeer in beeld te brengen. Het percentage telefoongebruikers in het verkeer bedroeg destijds 66,1 procent, nu is dat gestegen naar 68,7 procent.

Toename bij voetgangers

“Wij stellen vast dat dit een hoog percentage is, maar concluderen ook dat – ondanks deze lichte stijging – het telefoongebruik niet statistisch significant is toegenomen”, aldus de onderzoekers. “De lichte stijging valt namelijk binnen de onzekerheidsmarge van onderzoek. Wel blijken de respondenten die in 2019 aangaven de telefoon ‘weleens’ te gebruiken in het verkeer, dit tijdens meer verplaatsingen te doen dan de respondenten in 2017. “Deze toename is weliswaar statistisch significant, maar blijkt zeer klein van omvang te zijn. Ook is die kleine toename alleen bij voetgangers te zien – niet bij fietsers en automobilisten.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Remco Nieuwenbroek
Publicatie datum: Mon, 18 May 2020 09:23:32 +0000

Instructeur en opleider Roy Somer: ‘rijinstructie is topsport’

Roy Somer is RIS-instructeur, geeft WRM-bijscholingen en is coach van rijinstructeurs. Somer is ervan overtuigd dat het bieden van structuur de beste manier van onderwijs is. “Je moet iemand niet vertellen hoe hij iets moet doen, maar hij moet het stapsgewijs zelf ervaren.”
Roy Somer geeft al meer dan 40 jaar rijles. Pensioen? “Welnee, ik ben nog maar net begonnen”, lacht hij. De eigenaar van Autorijschool Nieuwegein en Roy Somer opleidingen heeft in al die jaren veel specialistische kennis opgedaan die van toepassing is binnen de rijschoolsector.

De instructeur staat voor continue ontwikkeling, “je moet blijven leren om beter te worden”, zegt hij. Want: “het succes van de leerling is jouw succes”. Somer is in het verleden topsporter geweest, binnen de boksring wist hij diverse kampioenschappen en titels te winnen. “Ik zeg vaak dat lesgeven topsport is. En ook een wereldkampioen heeft een coach nodig om scherp te blijven.”

Eigen lesmethode

Somer heeft als rijinstructeur de Unique Coaching Method opgezet. Die methode gebruikt hij in de dagelijkse praktijk in de lesauto. De UCM is vergelijkbaar met de RIS, ofwel de rijopleiding in stappen. Hij noemt de RIS een opleiding van deze tijd, modulair en aangepast aan hoe mensen leren. UCM is een eigen methode waarbij er steeds een stappenplan wordt doorlopen. Somer: “Wat is de motivatie van de leerling, wat is het doel? En wat moet je doen om dat doel te halen? Vervolgens is het een kwestie van toetsen, evalueren en corrigerende of bevestigende feedback geven. En laat je leerling zelf dingen benoemen, laat het ze ervaren. Kauw het vooral niet voor. Juist dan blijft de kennis hangen. Gebruik je zintuigen. Vertel het je leerlingen niet alleen, maar laat het ze zien en ervaren. Transformeer de leerling.”

De instructeur geeft een voorbeeld. “Als je gaat straatje keren of steken, begin je niet in een smalle straat met geparkeerde auto’s, maar juist op een brede weg met weinig verkeer en auto’s. Voor de leerling is dat te behappen, dat motiveert om verder te gaan. Na de oefening laat je de leerling zelf vertellen wat er gebeurde en hoe hij het ervaren heeft. Daarna geef je feedback, dat is corrigerend of juist bevestigend. Dat doe je niet pas als je weer thuis voor de deur staat.”

Zelf oplossingen vinden

Om kennis te laten hangen, moeten de stappen vooral niet te groot zijn, vindt Somer. Het mantra van de rijinstructeur moet zijn: leerlinggericht, prestatiegericht. “De leerling staat altijd centraal.”

Het onderwijs in de lesauto is volgens Somer te veel gericht op het behalen van het examen en niet op het opleiden van goede bestuurders. “Natuurlijk slagen ook leerlingen die niet volgens mijn methode of volgens de RIS les krijgen. Maar de verkeersveiligheid laat te wensen over. Ik wil leerlingen aanleren om zelf oplossingen te vinden. Dat ze met vertrouwen achter het stuur zitten als ik er niet meer naast zit.” Leerlingen bij Autorijschool Nieuwegein doorlopen gemiddeld 45 lesuren.

Online bijscholing

Somer geeft naast rijles ook WRM bijscholingen, dat doet hij al zo’n vijf jaar. Momenteel worden de bijscholingen vanwege de coronamaatregelen online gegeven. Bij Somer is de les verdeeld over twee dagdelen. Een WRM-bijscholing mag maximaal vijftien leerlingen hebben. “Teveel”, vindt Somer. “Ik doe de lessen met maximaal acht mensen tegelijk. Liever met wat minder, alleen dan lukt het om echt iedereen bij de les te betrekken en iets nieuws te leren. Dat krijg ik vaak terug in de feedback, dat de kleinere groepen als prettig worden ervaren. Dat er meer aandacht is. En bijna iedereen komt terug voor een volgende bijscholing.” Ook de coaching die hij aan rijinstructeurs biedt, verloopt nu ook telefonisch of met videobellen.

Somer geeft een zevental bijscholingen: RIS Instructeur (15), Verkeerskunde (16), Coaching en feedback geven (26), Rijprocedure in de praktijk (27), Voertuigbeheersing in de praktijk (32), Lerend Leren in de praktijk (38) en Lesplan maken (52). Op termijn kan je als rijinstructeur ook bij de opleider terecht voor Het RVV (28). De certificering voor deze bijscholing loopt momenteel.

Bewustzijn

Het volgen van bijscholing is verplicht voor rijinstructeurs. “Dat is goed”, vindt de opleider. “Controle bevordert het bewustzijn. Dat geldt ook voor de praktijkbegeleiding. Die mag het IBKI wat mij betreft wel vaker dan eens in de vijf jaar afnemen.”

Somer pleit ervoor om vooral niet te stoppen met blijven leren en ontwikkelen zodra de verplichte uren zijn afgevinkt. “Ik wil mensen laten nadenken, bijvoorbeeld over hoe ze de les inrichten. Zoek een coach, want voor je het weet sta je stil. En nogmaals; het succes van de leerlingen is jouw succes.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 18 May 2020 05:46:49 +0000